De toezichthouder op de kwaliteitsborging in de bouw wil vaart maken met de verdere uitrol van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tegelijkertijd stelt diezelfde toezichthouder vast dat kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders op dit moment nog niet aan de verwachtingen voldoen. Die combinatie roept vragen op in de sector.
Spanning tussen tempo en kwaliteit
De Wkb verlegt de verantwoordelijkheid voor het aantonen van bouwkwaliteit naar de markt. Onafhankelijke kwaliteitsborgers moeten tijdens het bouwproces controleren of een bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. Uit de praktijk blijkt echter dat lang niet alle borgers en de aanbieders van borgingsinstrumenten hun rol volledig waarmaken. Een snellere invoering vergroot daarmee het risico dat problemen zich verder opstapelen.
Een belangrijk knelpunt is dat meerdere systemen tegelijk in de lucht gehouden moeten worden. Zolang niet alle bouwwerken onder het nieuwe stelsel vallen, draaien het oude en het nieuwe regime naast elkaar. Dat vraagt veel van gemeenten, bouwbedrijven en de borgers zelf, en maakt het lastig om overal dezelfde kwaliteit te garanderen.
Weerstand in de sector
Niet iedereen is overtuigd van de noodzaak om te versnellen. In de bouwketen klinkt de vraag waarom het tempo omhoog moet, terwijl de basis nog niet op orde is. Voor partijen die aan de voorkant van het bouwproces werken, zoals gevelbouwers en leveranciers van gevelbekleding, is dit relevant: juist bij de gevel komen brandveiligheid, isolatie en constructieve eisen samen. Fouten in de borging kunnen daar grote gevolgen hebben.
Voor de gevelsector betekent de invoering van de Wkb dat dossieropbouw en aantoonbaarheid van kwaliteit steeds belangrijker worden. Wie werkt met prefab gevelelementen of renovatieoplossingen, doet er goed aan om documentatie en controlemomenten strak te organiseren. Zo blijft de kwaliteit onder het nieuwe stelsel goed te onderbouwen, ongeacht het tempo waarin de wet verder wordt uitgerold.
